De effectiviteit van politieke besluitvorming

Uitkomst van de klimaattafels is dat Nederland fors gaat investeren in elektriciteit op basis van biomassa. Deze wijziging in koers komt voort uit het streven om van fossiele brandstof af te komen, een noodzakelijkheid als we de CO2 uitstoot terug willen dringen en zo de verdere opwarming van de aarde willen voorkomen.

Tot zover lijkt het allemaal te kloppen.

Tot je verder gaat kijken en de effecten van deze keuze voor biomassa als energiebron in het grotere geheel gaat bekijken. Want is biomassa wel zo geschikt om de klimaatproblemen op te lossen? Kijk eens naar de volgende invalshoeken:

  • Biomassa lijkt in de media gericht op afval van bijvoorbeeld landbouw en bosbouw – maar die hoeveelheid afval is nooit genoeg om aan onze behoefte aan biomassa te voldoen. Er wordt dus massaal hout aangekocht in (noord en zuid) Amerika en Canada om aan onze biomassa vraag te voldoen.
  • Door de kap van bossen en het maximaal kunnen verkopen van biomassa blijven er weinig tot geen resten over op de plek van de kap. En juist die resten zijn zo belangrijk voor schimmels, insecten en kleine dieren. Grondige kap (dus inclusief het maximaal weghalen van de kapresten) is daarmee een enorme aanslag op de biodiversiteit – en daarmee een versneller van global warming.
  • Deze aangekochte biomassa wordt met schepen – die nog steeds op fossiele brandstof werken – de wereld over gesleept om aan onze behoefte te voldoen
  • De vraag is of biomassa ecologisch gezien een vervanging is van fossiele brandstof. De European Academies Science Advisory Counsil (EASAC) stelde deze week dat het opwekken van energie met biomassa meer CO2-uitstoot oplevert dan kolen en gas. Biomassa heeft een veel lagere energiedichtheid dan kolen (samengesperste biomassa) en fossiele brandstof. Je hebt dus veel meer massa biobrandstof nodig om dezelfde hoeveelheid energie op te wekken. En daarmee neemt de CO2 uitstoot alleen maar toe.

Hoe kan het dan dat Nederland toch kiest voor biomassa als bron van energie? Een aantal redenen:

  • De keuze voor biomassa is gemaakt aan de zogenaamde energietafels – de inspraakrondes die de overheid heeft georganiseerd om input en vooral ook draagvlak te krijgen. Aan die energietafels zijn ondernemers en andere belanghebbenden uitgenodigd. Maar de wetenschap is – om wat voor reden dan ook – niet betrokken geweest bij de energietafels. Daardoor is waardevolle informatie niet meegenomen.
  • Door EU regels wordt het verstoken van biomassa – daar waar de CO2 vrijkomt – niet geregistreerd als CO2 productie. De CO2 productie wordt geteld op het moment en op de plek waar de biomassa geproduceerd wordt. Dus daar waar de bomen gezaagd worden. Is dat buiten de EU, dan telt het binnen de EU niet als CO2 uitstoot.

Omdat de keuze voor biomassa binnen Nederland past binnen de EU-richtlijn wordt de komende jaren ruim 11 miljard aan subsidies gegeven om deze transitie te begeleiden. En daarmee wordt de financiële prikkel weggenomen voor alternatieve ontwikkelingen van energie opwekking.

Formeel voldoen we aan alle regels, maar het geheel roept de vraag op of we de uiteindelijke doelen wel gaan halen.

Nu kun je je afvragen waarom ik – als bedrijfskundige vanuit een Business School – dit voorbeeld aanhaal om er een blog over te schrijven… En de reden is heel simpel: het is een mooi en tegelijkertijd treurig voorbeeld van hoe besluitvorming in organisaties plaats kan vinden. Want ja, ook onze overheid is een organisatie die acties onderneemt om doelen te bereiken. Net zoals in onze organisaties een boel politieke besluitvorming plaatsvindt.

Onder politieke besluitvorming versta ik dan ook besluitvorming die tot stand komt om alle betrokkenen mee te nemen in de uitkomsten en implementatie. Je zou in de terminologie van DNHS Business School kunnen zeggen: besluitvorming die voortkomt vanuit de uitvoeringscyclus – iedereen die te maken krijgt met de effecten van het besluit wordt betrokken in het nemen van het besluit. Ja, zo krijg je besluiten die breed gedragen worden in de organisatie (of in het geval van de energietransitie: de samenleving) maar dat hoeven niet altijd de beste besluiten te zijn als het gaat om toekomstbestendigheid.

Het is de rol en verantwoordelijkheid van de besturingscyclus om over de grenzen van het hier en nu, en over de grenzen van de eigen organisatie heen te kijken om beslissingen te nemen die de toekomst van de organisatie veilig stellen. En om vanuit die visie te kijken wat er moet gebeuren om in het hier en nu stappen te zetten richting die toekomst en om de betrokkenen mee te krijgen in de voorgenomen transitie.

Het vraagt daarmee een besturingscyclus die echte keuzes durft te maken. En de vraag is of dat kan in een politiek systeem waarin de leden van de besturingscyclus elke vier jaar herkozen moeten worden. Het is net alsof in een commerciële organisatie elke vier jaar door de medewerkers van de organisatie moeten kiezen wie ze als bestuur willen hebben. Het mag duidelijk zijn dat bestuurders in deze omstandigheden niet snel onpopulaire maatregelen doorvoeren.

In omstandigheden die (relatief) stabiel zijn werkt zo’n systeem van gekozen bestuurders prima, maar wat als de omstandigheden drastisch aan het veranderen zijn. Verbeteren van wat is (V1 in bedrijfskundige termen) en het doorvoeren van een transitie (V2) behoren dan tot de mogelijkheden. Maar wat als we in een veranderingsproces zitten (ecologisch, technologisch en qua sociale-culturele ontwikkelingen) dat verder gaat? Een veranderingsproces waarvan we nog niet kunnen voorspellen wat het einde is, of zelfs welke kant de volgend jaren de ontwikkelingen ons gaan brengen? Dat vraagt om transformatie: veranderen als een proces, omdat we nog niet weten waar we heen moeten en wat de volgende stappen zijn (Vn). Kan het van een bestuurder die herkozen moet worden gevraagd worden om dit aan te sturen?

Bedrijfskundig is het antwoord ‘JA’. Het vraagt wel een bestuurder die zich zelf een mening wil vormen – op basis van informatie van belanghebbenden, maar ook op basis van kennis van het grotere geheel en van onafhankelijke bronnen. Het vraagt een bestuurder die het lef heeft een eigen visie op de toekomst te ontwikkelen en die daarvoor wil gaan. Ook als dat betekent dat het tegen de mening van de betrokkenen ingaat – vanuit het besef dat veranderen altijd lastig is, zeker als het gaat om transitie en transformatie – maar ook noodzakelijk voor toekomstig bestaansrecht.

Krachtige groet,
Marischka Setz
Directeur DNHS Business School

PS. Meer weten over hoe organisaties werken en hoe je de organisatie waarin jij werkt kunt behoeden voor dit soort politieke besluitvorming? Kom dan eens langs op ons introductie college. We leggen je dan het bedrijfskundig model van de organisatie uit en je gaat meteen met nieuwe inzichten weer naar huis.

PS2. Meer weten over de niveaus van verandering waarover in deze blog wordt geschreven (V1, V2 en Vn)? Schrijf je dan nu kosteloos in op onze digitale DNHS Campus en lees de uitgebreide beschrijving van dit model en vele andere in onze Campus Bibliotheek

0

Start typing and press Enter to search

Wil jij je verder ontwikkelen?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Je ontvangt blogs en tips
die je gelijk toe kunt passen!
Ja, schrijf me in!